Wat iedereen over Sor wil weten

Als Sor-fan ben ik het een beetje beu om steeds maar te moeten uitleggen wie Sor was, wat ‘ie deed, en waarin hij zich onderscheidde. Ik zou willen dat iedereen dat wist, zodat ons gesprek gelijk over de muziek kon gaan. Maar ja, als gitarist kan je weinig eisen. Mensen weten al amper iets over Mozart of Bach (of de Beatles), dus Sor is helemaal Kazachstan-Oost.

Goed, wat zou je willen dat iedere gitarist wist van Sor?

Dat ‘ie op een postzegel staat, ook leuk.
  • Om te beginnen: Sor onderscheidde zich van andere gitaristen doordat hij gitaarmuziek schreef in “verscheidene echte stemmen” (à plusieurs parties réelles). Zo zei hij het zelf.1 En kijk maar eens naar het Sor-stuk op je lessenaar: verdomd het klopt! Wil je een rare greep begrijpen, kijk dan eens naar de loop van de stemmen, dan heb je de verklaring.
  • Sor is de pionier van het schrijven van gitaarmuziek met ‘volledige harmonieën’. Tot dan toe speelt men leuke loopjes in het hoog, en plaatst daar een ronkende open bassnaar onder. Daaruit resulteert ietwat dunne muziek. In de handen van Sor klinkt de gitaar voor het eerst in de historie altijd aangenaam vol.
  • Schrijft Sor twééstemmig, dus zónder volledige harmonieën, dan blijft alles verlopen volgens een ‘correcte grammatica’.2 Dus ook hier naast open bassen allerhande ingedrukte bastonen. De muziek blijft vol.

Anno 1800 is die schrijfwijze voor gitaar nieuw. Voor dat andere harmonische instrument, het klavier, is die correcte grammatica doodnormaal.

Uitvoering

  • In Sor’s tijd is opera de norm voor muzikale expressie. Als jochie van vijf zit hij al regelmatig met zijn vader in de opera. Sor is helemaal doortrokken van opera. Vocaal kan hij zelfs de beroemde zanger Crescentini imiteren. Operacomponist, zo ziet hij zichzelf.
  • Fétis, de opperrecensent uit Sor’s dagen schrijft: “We weten dat deze gitarist uitblinkt in het begeleiden van muziek in vier stemmen, en in het merkbaar maken van de correcte loop van elk daarvan.” [cursief PP]

Kortom, benader Sor’s melodieën als nummers uit een opera. Laat alle stoerdoenerij en tempodwang varen en ga voor het zangerige. Dat is conform de strekking van de eerste Maxime uit de Methode.3 En streef er ook naar om met alle mogelijke middelen de “correcte loop” van Sor’s stemmen merkbaar te maken. Alles valt onder deze paraplu: tempo, frasering, dynamiek, retoriek, technische precisie.4

Zo dit is het in wezen, valt mee, toch? Hieronder freak ik nog wat door, voor als je wilt weten waarom Sor ruzie had met conservatieve gitaristen (lees dan ‘Houdingen’), maar ga gerust koffie zetten.

Speeltechniek

  • Sor speelt met drie vingers, zegt iedereen. Fout. Hij speelt met vier à vijf vingers. Kijk naar de etude Op.31#20, en zie hoe hij twee, drie en vier vingers vrijelijk en vrolijk door elkaar gebruikt. Wél is het zo dat hij zijn ringvinger pas gebruikt als het met duim, wijs- en middelvinger alléén niet kan.
  • Die beroemde ‘drie’ vingers (p-i-m) vormen het ‘pianomechaniek‘, Sor plaatst ze op één lijn, zodat ze alledrie, als pianohamers, even dicht bij de snaar staan, en de oorzaak zullen vormen van “gelijkmatigheid in kwaliteit en kwantiteit” van het geluid.
  • En die vijf vingers? Een voorbeeld van vijfvingergebruik zie je in de introductie van het opus 30 (maar niet alléén daar). Lees het hoofdstuk Techniek van de ringvinger in de Methode, en snap hoe je op diezelfde manier als de ringvinger óók de pink kan inschakelen.
  • Nog een leuk technisch weetje: Sor is een doorstrijkgitarist, met de duim dus, en hecht daar waarde aan in zijn onderwijs. Kijk naar Opus 35 No.4 (3 snaren), No.7 (4 snaren), No.8 (2 snaren), No. 23 (4 snaren). Dit type doorstrijken is onmogelijk zonder een rigoreus doorgevoerde ‘duim buiten’-techniek.

Ramón Montoya (1879-1949), de grondlegger van het moderne flamencospel, liet zich, volgens eigen zeggen, inspireren door Sor-technieken. Dat doorstrijken zou daar één van kunnen zijn, al blijft het de vraag of de flamencojongens het van Sor hebben, of dat het andersom was.

Houdingen

Het is leuk om iets over handhoudingen te weten, maar stel je dan eerst de algemene vroeg-19de eeuwse speelhouding voor: men plaatst de gitaar op het rechterbovenbeen, en tilt het instrument omhoog met de linkerhand die men om de hals legt. Met de duim druk je sommige bastonen in. De linkerhand heeft daardoor totaal geen spreiding, en door de schuine stand van de vingers op de snaren halen gitaristen het niet in hun hoofd om naast melodie en bas nog een middemstem toe te voegen.

Zo moest ’t dus niet. ‘Méthode pour la guitare’ Fig. 8
  • De linkerhandhouding is de reden dat Sor en zijn tijdgenoten de pest aan elkaar hebben. Sor plaatst zijn duim anders: achterop de hals. Daardoor staan zijn vingers rechtop op de snaren, heeft hij wél spreiding, en schrijft hij gitaarmuziek mét een middenstem. Voor de anderen vergt dat omscholing. Liever bespotten ze Sor dan de wijsheden van hun leermeesters in twijfel te trekken.
  • ‘Rechts’ speelt men met de duim binnen. Sor speelt met de duim fier buiten. Zo kan hij zijn harmonieën assertief voordragen, ook op aansluitende snaren, en realiseert hij zijn doorstrijkeffecten.
  • Fun fact: in de houding van beide handen zijn de huidige klassieke gitaristen schatplichtig aan Sor.
Zo doet Sor het. Maar die tafel nam hij echt niet mee naar de gig.

Pretentie

  • Sor neemt geen blad voor de mond. Hij beschouwt de bestaande gitaartraditie als een dwaalweg. Gitaristen kennen hun eigen instrument niet, vindt hij, en alles wat zij gepresteerd hebben is gemankeerde mandolinemuziek. Als hij zijn benadering eenmaal zal hebben gepubliceerd (in de Nouvelle Méthode pour la Guitare, bedoeld voor eind 1828), kan geen gitarist er meer omheen, meent hij. Oei, is me dat een misrekening. In plaats daarvan is de boot nu pas goed aan. Hij zal tot aan zijn dood ruzie hebben met de gitaarwereld.

  1. In zijn autobiografie, want zo moeten we het lemma ‘Sor’ uit de ‘Encyclopédie Pittoresque de la Musique’ (ca. 1835) beschouwen. ↩︎
  2. Zoals Erik Stenstadvold (Noors Sor-o-loog) dat formuleert. ↩︎
  3. “Om meer te streven naar een goede werking van de muziek dan naar loftuitingen betreffende het talent als uitvoerder.” ↩︎
  4. Laat je niet gekmaken door het woord ‘begeleiden’, Fétis beschrijft een algemeen kenmerk van Sor’s spel. ↩︎