Over het stemmen der gitaar

Alle gitaren zijn vals. Het bewijs voor deze stelling is dat iedere gitarist een ander stemsysteem gebruikt. Geef maar eens je gitaar, die je net zuiver gestemd hebt, aan een ander. Die speelt één akkoordje en gaat direct aan de stemschroeven draaien.

Je moet sjoemelen, passen en meten om een gitaar “zuiver” te krijgen. Elke gitarist ontwikkelt daarbij zijn eigen prioriteiten (en blinde vlekken).

Je kan dat zien als iets moois: naast een zeer persoonsgebonden klankproductie heeft elke gitarist ook nog eens zijn eigen “temperament” (“temperament” als knipoog naar de historische stemsystemen).

Je kan het ook zien als iets irritants: een gitaar is een gelijkzwevend instrument, maar de criteria daarvoor worden in de praktijk niet gehaald. Als dat wel zo was hoefde niet iedereen zijn eigen compromisstemming te gebruiken.

Het invoeren van nut-compensation zou een stap in de goede richting zijn,1 2 en ook de snaren zouden consistenter mogen zijn.

‘Gelijkzwevend’ komt in de praktijk neer op zuivere octaven. Als alle mogelijke octaven in alle posities en permutaties zuiver zijn, dan is de gitaar ‘gelijkzwevend’, en optimaal gestemd. Als octaven in allerlei posities en permutaties niet allemaal zuiver zijn, haalt je gitaar de criteria voor ‘gelijkzwevend’ niet.

Real life

Hier volgt een real life-stemmethode die een over de hele hals bespeelde gitaar zo snel mogelijk acceptabel krijgt – zo goed als het instrument, en niet vergeten de snaar, het toelaat.3 Je kan een tuner nemen, maar die luistert alleen naar de open snaren, en houdt geen rekening met eventuele valsigheden verderop de hals.

Kies een referentiesnaar, bijvoorbeeld de hoge E. Stem die ergens op af, of ga er van uit dat ‘ie goed is, maakt niet uit. Daarna kom je er niet meer aan.

Nu ga je alle snaren op de hoge E afstemmen, op twee manieren: samen op een E, en samen op de toon van de andere snaar. Maak beide intervallen even vals, of zo je wil, even zuiver.

Stel, de volgende snaar is B. Test beide snaren op E-E (5de pos., de toon van de referentiesnaar), en B-B (7de pos., de toon van die volgende snaar). Hierdoor neem je ook de intonatie in de hogere posities mee. Demp meezingende harmonischen. Als sweetener kan je nog het open interval B-E gebruiken.

Doe dit bij alle snaren, steeds ten opzichte van de hoge E. Je kan het resultaat gekscherend “gelijkzwevend” noemen, want het is overal even vals, sorry zuiver.


  1. Trevor Gore in collaboration with Gerard Gilet: Contemporary Acoustic Guitar Design and Build, Australië 2011, 2de druk 2016, p. 4-98 tot 4-124. ↩︎
  2. Deze tamelijk nieuwe site gaat er diep op in: https://setitupbetter.com ↩︎
  3. Ondanks kreten als laser selected trebles kan je er niet van uit gaan dat de snaar altijd goed is. ↩︎