Is de Fantaisie in D van Fernando Sor een vervalsing?

Vraagje: hoeveel manuscripten bestaan er van een gitaarwerk van Sor? Tien? Twintig? Honderd? Antwoord: één!1 Het dook aan het begin van de 21ste eeuw op bij de Amerikaanse muziekantiquair J & J Lubrano, en werd aangekocht door de gitarist Pepe Romero, die het werk nieuw liet zetten en het heeft uitgegeven.2 Dat laatste was een first in het bestaan van het stuk, want deze Fantaisie in D voor gitaar-solo, opgedragen aan de gitariste Nathalie Houzé, was door de componist zelf nooit uitgegeven. Als bewijs van authenticiteit toont de uitgave een fragment van de openingspagina van het originele manuscript.

Die twee hoofdletters “F” zijn inderdaad wel een beetje hetzelfde. Verdacht!

De Fantaisie in D was ongetwijfeld Nathalie Houzé’s showpiece. Iedereen wilde wel een exclusief werk horen, gespeeld door een jongedame met het Sor-stamp of approval. Houzé was aanvankelijk l’éleve le plus fort van Francesco Molino, maar was op zeker moment gevallen voor de benadering van Sor. Sor zal in ieder geval haar linkerhand hebben omgeschoold, om die compatibel te maken met zijn meerstemmige behandeling van de gitaar. Dat Houzé een buitengewoon goede gitariste was staat buiten kijf: in een recensie van een concert waarin zij naast Sor optrad, krijgt zij alle lof toegezwaaid, en speelde zij Sor-werken waarvan men dacht dat alleen de meester zelf het kon.

Misschien als weloverwogen zet tegenover de krenterigheid waarmee Romero het manuscript achterhoudt, beweert de grote Sor-kenner Wolf Moser in een artikel dat het manuscript van de Fantaisie in D vals is.3 De vervalser, zo betoogt Moser, heeft de Parijse partituur van het Sor-ballet Hercule et Omphale goed bekeken, en daaruit Sor’s handschrift en signatuur gekopieerd. 

Als dat waar is, beste lezer, is dat niet alleen een grafologisch mirakel, maar heeft de vervalser zich ook Sor’s gedachtengoed weten toe te eigenen, en daarmee geen schattig klein stukje, maar een grootschalige muzikale structuur gecreëerd, die helemaal conform is aan Sor’s behandeling van de gitaar in verscheidene échte stemmen. Hij is daarmee niet alleen een groot componist, maar toont ook een mate van inzicht die hem tot een formidabel Sor-expert maakt. Dus ik smeek u: vervalser sta op, en neem uw hoogst eervolle plaats in het Sor-pantheon in!

Ja, want de bedrieger laat nergens een steekje vallen. Kijken we naar Han van Meegeren’s beroemde vervalsing van ‘de Emmausgangers’ (1938) dan zien we direct de verschillen met bekende Vermeer-werken. Maar in deze Fantaisie kan ik eerlijk gezegd geen enkel niet-authentiek moment ontdekken. Ja, het werk gaat vrij hoog voor Sor’s doen. De vervalser gebruikt zijn grote inzicht om een ‘authentieke uitwijking’ binnen de Sor-stijl te suggereren. Ook al zo knap, om niet alleen iets na te doen, maar om een stap verder te gaan en iets unieks te doen in de geest van de grote meester.

Laten we nog één laag dieper gaan: de speeltechniek. De vervalser heeft ook Sor’s speeltechniek uit de Méthode pour la Guitare doorgrond, een klusje, weet ik, waar slechts weinigen op de aardbol genoeg moeite voor hebben gedaan. En nergens verraadt hij zich met een vier-vinger-arpeggio of een overdreven toonladder. Knap!

Ja, een kanjer deze vervalser. Een Sor-expert van het hoogste kaliber. Maar wacht, deze vervalser is ook uitzonderlijk slim! Hij stelt namelijk zélf dat het werk een vervalsing is, waarna alle betweters hem voor gek verklaren, en in koor roepen: ’nee, het is echt!’ Ook ik trap erin! Ja mensen, als dit werk een vervalsing is, dan is de naam van de vervalser WOLF MOSER!


  1. Een manuscript van het vroege scordatura-menuet Op.11#1, genoteerd op twee balken, en de Romanesca voor gitaar en viool tellen we even niet mee. ↩︎
  2. Tuscany Publications ↩︎
  3. Gitarre aktuell, IV 2004, p.42-48. De strekking van het artikel is bij mijn weten nimmer weerlegd. ↩︎