De ideale draagband

Op een goede (?) dag kom je erachter dat elke gitaar z’n eigen draagband verdient. Een willekeurige band die je hebt liggen kan je niet zomaar op elke gitaar strappen, afgezien van het feit dat je op een gegeven moment niet meer weet in welke koffer of hoes die band zich bevindt.

Een goede band is een verlengstuk van de gitaar, in alle opzichten. Band en gitaar moeten elkaars esthetiek versterken. Met het geheel moet je voor de dag kunnen komen. Niet voor niets hebben allerlei bekende figuren hun custom draagband, al vanaf de sixties. Een mooie draagband is ook nog eens een goed stukje handwerk (of juist niet), net als je gitaar. Wat vind ik een ideale band?

Afgezien van een kleurmatch met de gitaar let ik op bepaalde details. Ik hou van een leren band, met een binnenzijde van suede. Dan is ‘ie lekker stroef op je schouder.

Ik wil geen groot merklogo op de band hebben, dat onbescheiden in het zicht staat. Als ik een leuke band zie kijk ik altijd of het merk eraf kan, en anders hoeft het niet. Sommige merken matchen niet, ik heb een Paradis met een Taylor band, en het stoort me enigszins, hoewel de band mooi is.

Zo kan het ook: discreet logo aan de ‘andere’ kant (magrabo.com)

Ik wil ook dat het zichtbare deel van de band, vanaf het gat voor het draagbandknopje, uit één stuk bestaat. Sommige bandenmakers naaien daar een apart stuk materiaal aan, waarin zich het knopsgat bevindt. Vind ik niet mooi. Ik wil ook dat de punt smal is en langzaam breder wordt. Dat ziet er niet alleen beter uit dan opeens zo’n breed begin, maar de band is dan ook out of the way waar het belangrijk is.

Taylor

Van mij mag een band ook geen metalen onderdelen bevatten, zoals die eeuwige gespen. Tenzij je graag je eigen relic-proces wilt starten. Zo valt alweer het leeuwendeel van de banden af.

Nog iets. Ik heb altijd de pest gehad aan de manier waarop je zo’n lederen band moet verstellen. Je zit dan te rijgen met dat tweede deel, waar die verbreding aan zit, en als je klaar bent is de band te lang of te kort en kan je weer overnieuw beginnen. Vaak wordt je optimale stand ‘overgeslagen’ door het grove verstelsysteem.

Je kan een extra gat laten punchen op de juiste hoogte in het staartje van de band, maar daar kleven nadelen aan: een schoenmaker kan dat niet netjes en keurig en precies, omdat er geen vakmanschap meer is in de maatschappij, en hij ook de juiste diameter punch niet heeft (naar ik maar even aanneem). Stel dat alles toch goed gaat, dan blijft er aan het einde van de band nog een lullig ‘staartje’ over. Een band moet keurig ‘op tijd’ ophouden en niet ongemotiveerd te lang zijn.

De meeste banden zijn voor mij trouwens te lang, bij de Paradis moet ‘ie van gat tot gat zo’n 102 centimeter zijn, zo kort gaan de meeste banden niet.

De optimale lengte van de band hangt ook af van de kleren die je aan hebt. Daarom is de ideale band wat mij betreft snel, makkelijk, en traploos verstelbaar. Dat kan je dus schudden bij de doorsnee leren band.

Op een dag kocht ik bij Jan de Kleinvakman (legendarisch adres, nu weg) op de Albert Cuyp een onderdeeltje van 25 cent, en maakte dit:

Zelfgemaakt met onderdeel van 25 cent

Voilà, de continu verstelbare leren draagband. Deze hack lukt alleen bij een dunne band van suede. Maar zo ontzettend snel en makkelijk werkte mijn nieuwverworven verstelbaarheid nu ook weer niet. En het truukje toepassen op een mooie dikke leren band zat er niet in.

Wel bleek ik helemaal in touch te zijn met de loop van het universum, want rond dezelfde tijd kwamen een aantal bandenfirma’s met systemen om een leren band traploos te kunnen verstellen.

Het Levy’s Right Height systeem met Ripchord (was één marketingkreet niet genoeg?) maakt gebruik van een trekverstelling die je op een rugzak vindt. Er bungelt dan wel weer een los eind achter je rug.

Righton, de spaanse strapmaker, heeft het F.L.A.S.H.-systeempje. Dit ziet er al iets meer integrated uit. Een plastic buckle glijdt over een nylon gedeelte van de draagband. Dit nylon deel koop je los en zet je aan je bestaande Righton-band. Die banden vind ik best mooi, maar ik heb er géén, want ze bevatten van huis uit een tweetal metalen schroeven.

Dan de Dropstrap, uit de heavy metal-wereld, die je op elke band kan zetten. Werkt bliksemsnel zo te zien, maar kost €89,95 ex shipping, en dan zit je met een afzichtelijke dikke plastic knop achterop je mooie gitaar.

Wel lachen: er zijn blijkbaar gitaristen die middenin een nummer opeens hun gitaar omhoog willen doen voor een lastige solo.1 Vraagje: waarom hangen ze ‘m dan niet direct goed? Antwoord: met een hoge gitaar komen ze niet cool genoeg over!

Overigens vind ik die omhoog springende gitaar wel een iconisch beeld: hier is de virtuoze solo! Na zo’n climactisch moment stort de gitaar weer omlaag voor het doorsnee headbangwerk.

Zelf vind ik het niet zo erg om permanent hoog en uncool te zijn, maar ja, ik speel dan ook constant virtuoze solo’s.

Heistercamp (helaas zijn hun fotoos minder sharp dan hun straps)

De mooiste verstellingsoptie, met de no bullshit-naam quick adjustment, vond ik bij een ambachtelijk Engels leerbedrijfje, Heistercamp. Kijk eens naar die goed geïntegreerde custom-made gesp. Er is ook aan een geleider gedacht voor je gitaarsnoer, een coolefeature. Via hun custom straps optie kan je je band krijgen zoals je ‘m wilt, korter bijvoorbeeld. Je ontvangt ‘m in een chique doos.

Het valt me trouwens op dat dit blog-stukje erg veel engelse woorden bevat. Maar wat ik wou zeggen: dit bandje ticks a lot of boxes.


  1. Fernando Sor weet wel waarom: een lage gitaar brengt je L-duim omhoog en ruïneert je spreiding. De hoge gitaar plaatst je duim lager, en opeens kan je je pink weer uitstrekken. ↩︎