Twee aan twee

Onder de douche krijg je vaak goede ideeën. Misschien heeft het met vloeiend water te maken. Een bevriende kunstenaar zei ooit: “ik krijg m’n beste ideeën als ik in het IJ sta te pissen”.

Ik heb nooit zo gehouden van doorgethematiseerde concertprogramma’s. En van programma’s zonder thema hou ik ook niet. Maar hoe krijg je een lijn? Zie hier m’n “twee aan twee”-gedachte.

Ik ben bijvoorbeeld met ‘Sons de Carrilhões’ bezig, probeer van dat chaotische arrangement chocola te maken. Dat lukt, maar hoe pas ik het in? Antwoord: ik zoek er een vriendje bij. Bijvoorbeeld ‘Chôros No. 1’ van Villa-Lobos. Ik ben met Bach bezig, met de ‘Preludio’. Hoe pas ik dat in? Ik zoek er een vriendje bij, bijvoorbeeld de ‘Gigue’, het laatste deel uit dezelfde suite. Ik wil m’n ‘Penny Lane’-arrangement spelen. Ik zoek er, jawel, een vriendje bij: ‘Strawberry Fields’, waar ik ook een arrangement van heb, de andere kant van de single uit 1967. Ik wil een liedje zingen met tekst van Esther van Gorp. Ik doe er een andere Esther-song bij.

En Paul, ga je dan die vriendjes na elkaar spelen? Nee. Ik verspreid ze door het program. Wel laat ik de toehoorder weten hoe het zit, zodat ze erop gaan letten, en elk stuk als het ware een spanningsboog creëert. Ik ga natuurlijk niet zeggen: ‘beste mensen, hier is het vriendje dan’. Nee, ik zorg voor een correlatie in de achtergrondprojectie die ik bij elk nummer laat zien.

En dan kan je ook nog een nummer zonder vriendje plaatsen, een vreemde eend in de bijt, die voor een ondraaglijke spanning in het programma en bij het publiek zorgt.

Zo, m’n haar zit weer goed, ik ben weer schoon, en ik weet hoe ik m’n volgende concert aanpak!