Een paar jaar terug hoorde ik Paul O’Dette een stuk van spelen van de obscure Spaanse gitarist Santiago de Murcia (1673-1739), getiteld Giga de Coreli. Klonk ravissant op de barokgitaar.
Zoals je weet heeft dat instrument vijf koren, waarvan er drie voorzien zijn van een octaafsnaar (als een twaalfsnarige gitaar waarvan je het laagste paar hebt afgeknipt). Dat zorgt voor allerleirandom verrassingen in het klankbeeld, positief én negatief. Soms komt er een octaaf bovendrijven, wat een hoge stem lijkt te suggereren (leuk), soms bederft de octaafbesnaring de waargenomen loop van een melodie (raar).
(meer…)